Je hebt de intro doorgelezen en je vraagt je af, "dat is allemaal goed en wel, maar hoe maak ik nu zo'n quilt?"
Je kan het internet afschuimen naar handleidingen, patronen, filmpjes enz. Surf je niet graag, kan je je een boek aanschaffen - er zijn er vele verkrijgbaar, ook in het Nederlands. Hou je ervan om samen met anderen de kunst van het patchwork maken te leren? Dan kan je je op een cursus inschrijven. Er worden regelmatig cursussen georganiseerd - ook door mij
....
Blijf je liever eerst nog even hier dan volgen hier een paar tips om je op de goeie weg te zetten...
Er zijn verschillende technieken om stoffen in elkaar te zetten en je kan dat zowel met de hand als met de naaimachine doen. Zelf werk ik voornamelijk met de naaimachine, maar zoals de meeste quiltsters ben ik met handwerk begonnen.
In deze artikelenreeks zal ik proberen uit te leggen hoe je het best tewerk gaat. Let wel, zoals bij het ontwerpen van patchwork en het kiezen van de stoffen, zijn er ook bij het aan elkaar naaien ervan geen strikt te volgen instructies of evangelie. Ik zeg dit vooral, omdat ik in de loop der jaren zo dikwijls dames ben tegengekomen die zeiden "ja, maar, mijn lerares zei me dat ik niet mocht....".
Ik heb enkel raadgevingen voor je, die ik zelf aan de praktijk heb getoetst. Doe je het liever op een andere manier, dan is dat ook perfect!
Laten we beginnen....
Vooraleer we onze quilt kunnen maken, moeten we eerst bepalen wat we willen maken : hoe groot, welk dessin, welke kleuren.
Waar haal je de inspiratie vandaan?



Aangezien quilts ongelooflijk populair zijn in de Verenigde Staten, zijn de meeste stoffenfabrikanten die zich op het fabriceren van quiltstoffen toeleggen, Amerikaans (hoewel er velen hun stoffen in Azië laten vervaardigen).
In theorie kan je alle mogelijke stoffen gebruiken : stukjes van oude kleren, lakens, gordijnen enz. en moet je niet per se speciaal stoffen gaan kopen. Maar je moet er wel mee rekening houden, dat, als je een quilt maakt die wordt gebruikt (op bed, op de zetel, op tafel), die af en toe moet worden gewassen en dan kan het wel tegenvallen, als een deeltje van je quilt krimpt of, erger nog, de kleur afgaat op de aanpalende deeltjes.
De meeste traditionele quilts worden met katoenen stoffen gemaakt, en de keuze hierin is enorm. Een goede speciaalzaak heeft algauw een assortiment van een duizend à twee duizend stoffen in huis! En als je daar je keuze niet vindt, is er nog altijd internet.
Dus stel dat we het traditioneel houden en naar een quiltwinkel stappen. Zelf werk ik samen met Calico House in Antwerpen, maar er zijn nog tal van andere winkels met een aantrekkelijk assortiment.
Hoe kies je de stoffen?
Een van de grootste problemen van een beginnende quilt(st)er is het kiezen van de juiste kleuren.
In principe gaan alle kleuren samen. Als je kijkt naar mijn kubusjes quilt zie je dat daarin zowat alle kleuren verwerkt zijn.
Je hoeft natuurlijk niet alle kleuren in één quilt te verwerken. Je kan een compositie maken met één kleur in verschillende gradaties, met twee kleuren bv wit en blauw, met complementaire kleuren enz.
Het is niet mijn bedoeling een hoofdstuk kleurenleer te geven, maar ik geef je wel graag enkele kleine tips mee :
Je kan ook vertrekken vanaf één heel mooie stof met een heel bepalende tekening. De meeste beginners maken dan de fout om bij het kiezen van de stofjes die erbij moeten worden gebruikt, te kijken naar de aparte kleuren in die basisstof.
Fout!!! Ga op een afstandje staan en kijk dan naar de kleuren in die stof - je zal zien dat deze er dan anders uitzien, meestal onder invloed van de aangrenzende kleuren of van het zwart dat wordt gebruikt voor de uitlijning van de tekening! Kies de bijpassende stoffen vanop afstand en je zal altijd goed zitten!
Nog een tip : als je de stof voor je blokken hebt gekozen, wacht dan met het kopen van de stof voor de boord. De quilt kan soms helemaal anders uitvallen, dan je verwacht had en je zou de eerste niet zijn, die daarna vaststelt dat de boord die je erbij had gekozen, helemaal niet past!
En vergeet niet : kleuren kiezen is héél subjectief! Als je aan acht mensen zegt "kies nu eens vijf kleuren voor een quilt" dan krijg je acht verschillende keuzes!
Hoewel met de moderne fabricagetechnieken het bijna uitgesloten is, bestaat er nog altijd een kleine kans dat katoen kan krimpen en/of kleur afgeven bij het wassen. Daarom wassen veel quiltsters hun stoffen vooraleer zij ze gebruiken.
Ik doe het volgende : Leg hem met de achterkant naar boven op je strijkplank, spuit hem met koud water (plantenspuit) nat en strijk hem zo heet mogelijk droog. Als hij kleur afgeeft of krimpt doet hij dat op dat ogenblik. Het voordeel is dat je stof nieuw blijft en zo makkelijker te verwerken is. Ben je er echt niet gerust op (bv met dieprode stoffen) kan je hem natuurlijk nog altijd even in het water leggen (eventueel met wat azijn).
Quilters kopen dikwijls repen stof van 15 cm of 25 cm breed. Als je zo'n reep hebt behandeld op deze manier, hang hem vooral niet over je strijkplank om af te koelen, maar lag hem vlak. Als je hem over de strijkplank of een kleerhanger hangt, loop je het risico dat de stof scheef trekt en het is niet makkelijk om hem vervolgens terug in de goede vorm te krijgen.
Om later tranen te voorkomen, kan je een quilt ook best nooit in het water of vocht laten liggen.
In bijna alle tijdschriften staat een korte handleiding over de basisprincipes van het naaien van patchwork met de hand. Ik ga dus geen alomvattende handleiding hier geven, maar wel enkele tips die, althans voor mij, hun waarde hebben bewezen.
Het is soms verschrikkelijk, als je, nadat je je stukjes nauwkeurig hebt uitgesneden en aan elkaar gezet moet vaststellen, dat je blok langs de zijkanten golft en dat hij helemaal niet plat blijft liggen. De voornaamste oorzaak hiervan is dat de stukjes niet goed werden uitgesneden. De richting waarin de mallen op de stof worden gelegd is zeer belangrijk en varieert naargelang het ontwerp en de positie van de figuren in het ontwerp.
Waar mogelijk dien je zoveel mogelijk de draadrichting van de stof in dezelfde richting te leggen als de buitenkant van de secties in het blok, de buitenkant van het blok of de buitenkant van de quilt. Hierdoor vermijd je dat je blok schuin gaat trekken. Soms kan ook het effect van een stof bepalend zijn voor de richting van de stukken, maar je moet zoveel mogelijk vermijden dat een biais kant (schuine richting van de stof) aan de zijde van een blok valt.
Twee voorbeeldjes :

Let dus even op de draadrichting als je je malletjes op de stof tekent.
Ook als je met de hand naait, is het belangrijk dat je altijd dezelfde spanning op je draad legt. Een te lage spanning zorgt ervoor dat je werk een slordig uitzicht krijgt, dat je steken zichtbaar zijn en dat je geen mooie rechte blokken krijgt. Een te hoge spanning zorgt er dan weer voor dat je stof te strak wordt samengetrokken, waardoor je golven krijgt. Let er dus op altijd dezelfde spanning op de draad te leggen. En probeer ook je steken allemaal even groot te maken.
Leg twee lapjes stof die aan elkaar genaaid moeten worden met de goede kanten op elkaar en steek spelden loodrecht op de naailijn om ze op hun plaats te houden. Steek spelden aan de begin– en eindpunten in de lapjes om te voorkomen dat ze verschuiven.


Begin en eindig met een twee stiksteekjes om de naad vast te leggen, naai de rest met een fijn rijgsteekje. Let erop dat je nooit in de naadtoeslag naait, maar alleen op de lijn!
Als je naadje af is, plooi je de twee naadtoegiften naar de donkerste stof toe.
Strijk NOOIT een naad open in patchwork! Dan leg je de steken bloot en komt achteraf je batting doorheen de naad!
Een tesselatie is een collectie van vormen die in elkaar passen, zonder dat ze elkaar overlappen. De bekendste ontwerper van tesselaties is ongetwijfeld de kunstenaar M.C.Escher. Zijn werk is al voor veel quiltsters een bron van inspiratie geweest.
Een regelmatige tesselatie bestaat uit veelhoeken die congruent in elkaar passen en waarvan de zijden alle even lang zijn en de hoeken alle even groot. Er bestaan slechts drie veelhoeken die aan deze criteria voldoen : een zeshoek, een gelijkzijdige driehoek en een vierkant.
De zeshoek werd reeds veel eerder als patroon gebruikt om quilts te maken. Hoewel we referenties aan quilts in Europa al van in 11de eeuw hebben teruggevonden, duurde het tot in het midden van de 18de eeuw, vooraleer er regelmatig quilts werden gemaakt met de zeshoek als patroon. Toen werd ook de beproefde methode van wat later het Engelse paper piecing zou gaan heten gebruikt. De opkomst van de zeshoek als patroon in quilts loopt gelijk met het feit dat in het midden van de 18de eeuw katoenen stoffen op grote schaal werden gefabriceerd en dat deze werden bedrukt met allerlei kleine motieven, die zeer geschikt waren om in zeshoekjes te worden verwerkt.
De laatste 300 jaar werd in heel Europa en ook in de Verenigde Staten de zeshoek als motief voor quilts gebruikt. Waar bv in Engeland dikwijls ingewikkelde motieven met zeshoeken werden samengesteld, was in de Verenigde Staten vooral de Grandmother's Garden populair.

Hiernaast een hexagonquilt gemaakt in zijde uit de 19de eeuw uit Groot-Brittannië.
Hieronder een Grandmother's Garden uit de jaren '30 van de vorige eeuw.

Waarom is dit patroon zo interessant, vragen velen zich af.
Gevoelige quiltsters opgepast! Eens je met zeshoekjes begint is er een verhoogd risico op hexagonitis : een onweerstaanbare drang om er meer en meer van te maken.
Zoals je al wel hebt gezien, hebben we hier geen mooie rechte hoeken en toch passen de stukjes perfect in elkaar!! Het is dan ook een uitgelezen handwerkquiltje en hoewel er verschillende pogingen (lees boeken) werden ondernomen om dit met de machine even mooi te maken, zou ik het toch niet aanraden dit met de machine te maken. Dit is echt een zetel-werkje.
Laten we eerst even de techniek bekijken.
We hebben twee papieren of kartonnen zeshoekjes nodig.
Eentje van de grootte die we willen bereiken, en ééntje die overal een dikke halve centimeter groter is. Deze laatste dient als sjabloon. In het midden snij je de hexagon van de beoogde grootte uit, en zo zie je, als je het sjabloon op je stof legt, hoe je tekening uitkomt.

Je kan de linkersjabloon dus op de stof leggen, errond tekenen en daarna de zeshoek uitknippen, of je kan hem onmiddellijk uitsnijden met je rolmes.
Heb je haast en wil je er veel van dezelfde stof snijden, b.v. als achtergrond zeshoekjes, dan kan je beter repen snijden die even breed zijn als hier de hoogte van het sjabloon, snij vervolgens de repen vertikaal door op de breedte van het sjabloon, leg de rechthoekjes op elkaar en snij daarna de "randjes" van de schuine zijden af.

Als we dus ons stofje hebben uitgeknipt of gesneden, dan bevestigen we nu het papieren/kartonnen zeshoekje aan de achterkant ervan. Eén steek per zijde is voldoende. Wil je je leven achteraf makkelijker maken, begin dan met het knoopje van je draad aan de goede kant te leggen. Dat werkt makkelijker om later te verwijderen.

Als we b.v. een traditioneel bloemetje maken, hebben we zeven zeshoekjes nodig, ééntje in het midden en zes errond.

In het voorbeeldje hiernaast zie, hoe ik van het malletje heb gebruik gemaakt om de bloemetjes netjes in het midden van het zeshoekje te leggen. Dat hoeft niet, maar mag wel als het uitkomt.
Om de zeshoekjes aan elkaar te zetten beginnen we in het midden. We nemen het rode zeshoekje en zetten daar met een kleine onzichtbare steek een eerste "blaadje" aan vast. Bij gewoon patchen gebruiken we meestal een grijsbruine draad die overal bij gaat, hier hebben we echter de kleur van het donkerste zeshoekje nodig, in dit geval dus rood. Waarom? Omdat je steekjes, hoe fijn je ook werkt, toch een beetje zichtbaar zullen zijn.
Truukjes : Als je met je naald van de ene naar de andere kant steekt, doe je dat loodrecht op de naadlijn. Als je je draad aantrekt, een klein snokje geven, dan zit het steekje mooi vast en is het veel minder zichtbaar.
Breek je draad niet af na het eerste naadje, maar zet er onmiddellijk het volgende blaadje mee aan. Ga rond tot je alle "blaadjes" hebt aangenaaid.
Als je alle "blaadjes" rond het hartje hebt genaaid, kan je het papier/karton van het hartje verwijderen. Dat naait makkelijker in de volgende stap.
Je moet nu nog de "blaadjes" aan elkaar naaien. Neem weer een garen dat het dichtste bij de kleur van de stofjes komt. Begin met naaien aan de buitenkant en naai naar het midden toe.
Nu moet je wel iedere keer je draad instoppen en afknippen.

Als alle "blaadjes" zijn vastgenaaid krijg je het volgende resultaat.
Voilà, je eerste bloempje is klaar. En wie weet, zullen er nog héél veel volgen.
Nog een praktisch tip : er zijn verschillende manieren om de zeshoekjes te maken :
Ik heb nu wel een mooi topje van zeshoekjes samengenaaid, maar hoe werk ik dat nu af met al die gekartelde kantjes?
De makkelijkste manier is om je topje te appliceren op een kaderstof. Je berekent hoe breed je kader moet zijn, en snijdt daarna vier stroken. In de breedte van de strook hou je rekening met het feit dat een stukje onder de zeshoekjes moet komen. Je wil de buitenste rand immers op deze stof appliceren.
Eens je randen mooi zijn afwerkt zo, kan je er natuurlijk nog makkelijk een boordstof rond zetten als je dat wenst.
Dat is helemaal jouw keuze.
Dikwijls volstaat het dat je gewoon aan de hoekjes van de zeshoekjes met één steekje de drie lagen vastlegt. Het dessin spreekt immers dikwijls al heel erg voor zich.
Wil je je laten inspireren door oude quilts met hexagons, dan zal je zien dat deze dikwijls nog eens geborduurd werden. Ook een mogelijkheid dus.
Heb je grotere hexagons, dan is het misschien mooi om naast de randen te quilten. Het hangt echt af van welk effect je wil, hoe groot je hexagons zijn en hoe druk de tekening die je hebt gecreëerd.
Veel succes ermee!
Heel dikwijls zullen we mooie punten moeten naaien als we met patchwork bezig zijn. Wanneer we b.v. drie punten samennaaien, is het belangrijk om een mooie scherpe punt in het midden te krijgen.
Begin met de drie stukken naast elkaar te leggen (afb. 1). Neem stuk A en speld het op stuk B met de goede kanten tegen elkaar. Begin aan de buitenkant en naai naar het centrum toe. Naai net tot waar de naden elkaar zouden kruisen en maak een kleine steek achterwaarts. Breek de draad niet af (afb. 2). Verwijder de speld, open de naad en druk hem zachtjes naar rechts (afb. 3).



Neem nu stuk C en plaats het, goede kanten tegen elkaar, op stuk B. Leg de naadtoegift naar rechts. Je moet de kant van de naadtoegift met je duim voelen. Steek nu voorzichtig de naald door de laatste steek en doorheen de basis van de naadtoegift tot aan stuk C. Trek de naald door, maak nog een klein steekje terug tot aan de punt en naai stuk C vast. Controleer dat het punt in het midden van de twee buitenste stukken mooi vastzit tussen die stukken en een zuivere punt vormt (afb. 5). Indien het niet juist en scherp is, zal het dat ook niet zijn als het tweede deel van het blok wordt aangenaaid.


Nota : bij handwerk wordt zelden of nooit een strijkijzer gebruikt, dit in tegenstelling tot machinewerk.
Hoe leer ik een naaimachine gebruiken voor patchwork?
Het is belangrijk dat je je vertrouwd voelt met de machine die je gebruikt. Indien dit de eerste keer is dat je een quilt met de machine maakt, spendeer dan een paar minuten aan gewoon de stof door de machine te laten lopen. Doe je dat zonder draad, dan kan je met hetzelfde stuk stof zoveel oefenen als je maar wil.
Met een naaimachine werken, vergt dezelfde soort coördinatie als met de auto rijden. Je gebruikt je rechter voet om met het pedaal de snelheid van je machine te sturen en met je handen "stuur" je de stof... Na wat oefening weet je exact hoeveel druk je moet leggen op de pedaal om de voor jou goede snelheid te krijgen. De duurdere machines hebben ook een snelheidsregelaar ingebouwd (kan je vergelijken met 1ste en 2de versnelling). Trek nooit aan je stof of duw je stof nooit vooruit : de geleider van de machine doet dat voor jou!
De meeste naaimachines hebben enkel een ondertransport, dit zijn de kleine grijpertjes die je uit de machine onder het voetje ziet verschijnen en bewegen. Zij grijpen de stof en bewegen hem voort. Als je door twee of drie lagen stikt (wat bij quilts maken meestal het geval is) durft de bovenste laag wel eens "blijven hangen", d.w.z. de onderste laag gaat vlugger dan de bovenste en op het einde hebt je van de bovenste nog een stukje over, terwijl de onderste helemaal door is.
De mijne heeft een "dubbel transport": er zijn ook grijpertjes achter mijn voetje die de stof mee helpen geleiden. Als je een nieuwe machine wil aankopen, moet je daar zeker rekening mee houden. Het is een wereld van verschil!
Doe een test met twee stukjes stof van ongeveer 15 cm lang. De ene machine is de andere niet - hoe minder speling er is, hoe beter!
Spijtig genoeg kan je aan je machine zelf niets veranderen om dit probleem op te lossen, tenzij de fabrikant een speciale dubbele transportvoet aanbiedt. Vooraleer je die zou kopen, moet je vragen die zelf even te testen, want niet alle oplossingen zijn even goed!
Als dit niet werkt moet je het volgende doen :
Spelden zijn er in alle diktes en maten. Als je dunne spelden (voor gebruik met zijde) neemt, kan je ervoor kiezen ze te laten zitten als je stikt, en ze als alles gestikt is, terug te verwijderen. Je moet dan wel voorzichtig stikken; het zou de eerste naald niet zijn die haar hoofd breekt over een speldje.
Ofwel kan je, vlak voor je aan het speldje komt, het verwijderen en dan verder stikken. Aan jou de keuze.
Wanneer je met de machine begint te naaien is de allereerste stap ervoor te zorgen dat je altijd dezelfde naadtoegift hebt. Wij in Europa zijn gewoon om met het metrisch systeem te werken; in de meeste Europese handleidingen wordt dan een naadtoegift van 0,5 cm of 0,75 cm gehanteerd. Aangezien we echter hier in Europa meer met de hand dan met de machine quilts maken, vind je de meeste handleidingen voor machinewerk in Amerikaanse tijdschriften, die met het imperiale systeem in inches en yards werken. Daar is de naadtoegift 1/4 inch (= ± 0,6 cm). Om foute berekeningen te vermijden houd je je best ofwel aan het metrische systeem ofwel aan het imperiale.
Voor de meeste naaimachines bestaan er quilt- of patchworkvoetjes die aan de rechterkant op 1/4 inch van de naald stoppen. Sommige fabrikanten hebben ook een voet op 0,5 cm. De rand van je stof moet dus gelijk liggen met de rechter buitenrand van het voetje. Ik werk altijd met een patchworkvoetje.
Indien je echter geen patchworkvoetje hebt, kan je afplakband gebruiken. Je meet de afstand vanaf je naald naar rechts en kleeft dan een strookje band langsheen je naaivoetje (of ervoor, als je voetje te breed is) om de stof te geleiden. Doe dan volgende test :
Je kan dezelfde oefening natuurlijk ook in inches doen...
Het belangrijkste is dat je altijd dezelfde naadtoegift hebt!
Wil je met de machine quilts maken, dan is het volgende gereedschap onontbeerlijk :
Deze kan je in elke quiltwinkel aankopen. Ze zijn misschien niet goedkoop, maar je doet er lang mee. Ik snij nog altijd met het eerste mes dat ik heb aangekocht zo'n 15 jaar geleden en ik heb nog altijd mijn eerste snijmat (hoewel die nu toch stilaan aan vervanging toe is). Als je je latten niet laat vallen, gaan ook die een heel leven mee.
Wat voor een ervaren quiltster de normaalste zaak van de wereld lijkt, is dat voor een beginner niet! Meer dan eens heb ik gezien dat het niet zo vanzelfsprekend is om je stof nauwkeurig en op een veilige manier te snijden. Hier dus een paar tips.
Hieronder zie je wat ik bedoel...

De overschotjes wegsnijden :

Hier zie je hoe de lat op 2½” inches te leggen en vervolgens te snijden.
Indien dit nog niet helemaal duidelijk is, kan je deze link volgen : Snijden met een rolmes
Je strijkijzer is je vaste compagnon als je quilts met de machine maakt. Het gebruik ervan bepaalt mee het resultaat. Je kan ermee strijken of persen. Er is een wezenlijk verschil tussen beide.
Strijken doe je als je je stof voorbereidt, je gaat met je hete strijkijzer over en weer om de plooien glad te strijken.
Bij het persen daarentegen beweeg je je strijkijzer niet of nauwelijks. Je perst om de pas gestikte naden open of plat te krijgen door het strijkijzer op z'n heetst (bij katoenen stoffen toch - opletten bij zijde en polyester enz.) en eventueel met wat stoom (naar keuze) aan de goede kant van het werk op de naad even neer te zetten. Je gaat NIET over en weer met je strijkijzer en je perst ook enkel als je net gestikt hebt. Strijk je blok niet plat, want je quilt gaat er achteraf vlak en doods uitzien.
Hieronder een voorbeeldje :
Pers dus eerst de naad plat zoals hij werd gestikt.

Vouw daarna de naad open, bij voorkeur vouw je de donkerste van de twee stofjes open. Dan pers je de naad even plat. Doe dat echter niet te stevig, zodat je werk niet te plat wordt.
Zo krijg je een mooi resultaat.
Voor het aan elkaar stikken van de patches gebruik ik met de machine een garen van 100 % katoen met een fijne structuur.
Welk garen je gebruikt, hangt een beetje af van je machine, je kan het best even experimenteren met de veschillende merken (Gutermann, Mettler, DMC, Aurifil enz.) en je zal opmerken dat je machine met het ene garen vlotter en zachter werkt dan met het andere. Ook in het resultaat kunnen heel kleine verschillen optreden.
Goedkopere garens kan je natuurlijk ook gebruiken, maar denk eraan dat deze meestal meer stof afgeven, en dus je naaimachine vlugger vervuilen, en dat er soms oneffenheden inzitten die je stiksel nadelig kunnen beïnvloeden.
Zelf gebruik ik Aurifil GR 30. Dat loopt op mijn machine, een Pfaff Expression 2028, het zachtste. Je kan die op bobijnen van 1.300 m kopen. Misschien is dit niet het goedkoopste, maar de verhouding prijs/kwaliteit is uitstekend.

Aangezien je patchwork meestal uit verschillende kleuren en tonen bestaat, kan je het beste een kleur kiezen die neutraal is. Neem bv een bruinachtig grijs (of grijsachtig bruin) in middentoon als je quilt allerlei kleuren en tonen heeft, of een bruinachtig grijs (of grijsachtig bruin) in donkere toon of licht toon als je quilt hoofdzakelijk resp. donkere of lichte tonen heeft.
Let wel, ik heb het hier over het aan elkaar zetten van patches, NIET over appliceren, want dat is een ander verhaal en komt later aan bod.